Blog

Blog overzicht

Breek me de bek (niet) open

Breek me de bek (niet) open

“Volgende week heb ik een belangrijk etentje, maar zoals het nu is kan ik helemaal niet eten” Wat moet ik doen? Ze kijkt me met een hulpeloze blik aan, wachtend op mijn antwoord als deskundige op het gebied van kaakklachten.

Ik ben te rooskleurig als ik zou zeggen dat er volgende week niets meer aan de hand is en ze zorgeloos uit eten kan gaan. Enigszins bot is het om haar te adviseren een rietje en een blender mee te nemen naar het restaurant. Geen van beiden spreek ik uit, maar ga voortvarend aan de slag om een duidelijk beeld te krijgen over de oorzaak van de kaakklachten om hierna wel een antwoord te kunnen geven op haar vraag.

In het gesprek dat we hebben blijkt dat ze 3 dagen geleden vrij plotseling klachten heeft gekregen aan haar linker kaak. Het eten van een hard korstje brood gaf plotselinge heftige pijn en ze hoorde een knap in haar kaakgewricht. Eerst leek het mee te vallen, maar de volgende dag kon ze haar mond nog maar een klein stukje openen. Tandenpoetsen, eten kauwen en naar binnen krijgen zijn nu onmogelijk. Laat staan dat ze volgende week uit eten kan. Hoe moet dit nu verder?

Ik stel meer vragen over haar kaak en mogelijke andere oorzaken die kunnen zorgen voor deze klachten. Bijvoorbeeld of ze veel kauwgom kauwt, nagels bijt, een buikslaper is of in de nachten klemt of knarst. Dit laatste zie je vaker bij kaakklachten. Mensen die onbewust de spanning van alle dag wegklemmen in de nacht.

Gezegden zoals: je kaken op elkaar houden, iets voor de kiezen krijgen, tanden op elkaar en doorbijten kunnen hier heel letterlijk genomen worden. In dit geval lijkt mevrouw geen diehard klemmer te zijn. Wel heeft ze een andere gewoonte ontwikkeld wanneer ze achter haar computer zit. Ze duwt haar onderkaak dan naar voren, waardoor haar kaakgewricht, als je het maar vaak genoeg doet, geïrriteerd raakt. Op een hard korstje kauwen kan dan net de druppel zijn waardoor het gewricht vaak tijdelijk “vast” komt te zitten.

Ik vraag haar te gaan liggen, zodat ik het kaakgewricht kan onderzoeken. Ze kijkt me wat angstig aan als ze ziet dat ik mijn handschoenen aantrek. Geruststellend vertel ik haar dat ik deze nodig heb om in haar mond te kunnen voelen en hopelijk haar mondopening al wat groter te kunnen maken. We spreken af dat wanneer het niet gaat ze haar hand opsteekt, want praten met een duim of vingers van de therapeut in je mond is niet handig. Nu ruim 3 jaar werkend in monden van mensen tel ik gelukkig nog steeds 10 vingers aan mijn handen!

Na wat oefeningen en adviezen te hebben gegeven wat wel en vooral niet te doen bij deze klachten komt het belangrijkste vraagstuk weer terug!

“Kan ik volgende week uit eten?”

En we zijn weer terug waar we gestart zijn, maar nu moet ik met een goed verhaal komen. Een glazen bol zou dan af en toe best makkelijk zijn! Ik leg mijn bevindingen uit en vertel haar over het natuurlijk herstellend vermogen dat ieder mens bezit. Ze kan hier zelf invloed op uitoefenen door er goed op te letten dat ze haar kaak niet meer naar voren duwt en zo het herstelproces niet meer negatief beïnvloedt. Makkelijker gezegd dan gedaan, want vastgeroeste gewoontes raak je niet zomaar kwijt!

Als ze dan ook nog braaf haar oefeningen doet dan, en nu komt het, verwacht ik dat volgende week de ergste klachten verdwenen zijn. Haar mond zal ze ver genoeg kunnen openen om kleine hapjes naar binnen te krijgen. Misschien ten overvloede: GÉÉN spareribs bestellen!

Marleen Kok